Het hoogste goed

Auteur:

Andrea Bajani

Illustrator: Anneke Germers
Aantal pagina's: 143
Jaar: 2017

Waarover gaat het boek

Het boek van Andrea Bajani deed me denken aan de gedichten en verhalen van Toon Tellegen, waarin gevoelens als levende wezens optreden. Het verhaal heeft ook iets sprookjesachtigs, maar dat verband ontkent de verteller vanaf het begin: ‘Ook al is dit geen sprookje, toch moet ik beginnen met ‘Er was eens’, want inderdaad: er was eens een jongen.// Er was eens een jongen die een verdriet met zich meedroeg waarvan hij niet wilde scheiden.’

Centraal staat het verdriet van de jongen. Die twee zijn onafscheidelijk als een hond en zijn baasje. Bajani stelt het verdriet ook daadwerkelijk voor als een hond: het holt soms voor de jongen uit, ‘met zijn tong uit zijn bek’, slaapt bij de jongen op bed, kwispelt en gromt. Een keer zal het verdriet hem in de steek laten, en dan zoekt de jongen een toevluchtsoord op het kerkhof. Later, als hij volwassen is, laat hij het verdriet zelf gaan. Hij geeft het het lichtste van wat ze samen bezitten en houdt zelf de schriften, de potloden en de vermoeidheid. De angst delen ze in tweeën, ‘omdat daar te veel van was’.

De verteller gaat niet expliciet in op de diepere oorzaken van het verdriet, het is aan de lezer om daar de vinger op te leggen. Ze lijken vooral te zoeken in zijn thuis. Zeker is dat zijn moeder hem het verdriet gegeven heeft en dat hun band sinds dan gekenmerkt wordt door kilte en leegte. Een voortdurende dreiging vormt anderzijds het verdriet van zijn vader, dat het huis terroriseert als een dolle hond. Op een dag verplicht zijn vader hem om ook voor zijn verdriet te zorgen. Gelukkig vindt de jongen steun bij het dunne meisje, de enige die hem niet uitlacht. Toch wordt ook hun relatie gekenmerkt door verwijdering op verwijdering. Vanaf het begin is er trouwens een kloof tussen hun twee werelden, gesymboliseerd door de spoorlijn die als een litteken door het dorp loopt. Enkel in het bos buiten het dorp kunnen ze elkaar echt ontmoeten.

Het slot van het verhaal verwijst terug naar het begin: ‘Als dit een sprookje was, zou ik het moeten laten eindigen met een leven dat begint.’ In de slotalinea beklemtoont de verteller echter opnieuw dat zijn verhaal geen sprookje is. Ook eerder in het verhaal zet hij dat in de verf, waarbij hij expliciteert dat het ‘een grotemensenverhaal’ is. Kan dit verhaal dan ook door jonge lezers gesmaakt worden? Gevoelens zijn niet gebonden aan leeftijd, daarom is dit boek fascinerend voor jong en oud. Toch moet je er rekening mee houden dat het verhaal erg traag verloopt. Er gebeuren weinig spannende dingen. De spanning steekt onder en tussen de woorden. Wie die voelt zinderen, beleeft wel een heel aparte leeservaring.

Wat wil het boek ons vertellen

Dit verhaal over gevoelens moet je vooral traag lezen. Er zijn veel zinnen die de tijd even doen stilstaan en je aan het denken zetten, uitspraken over verdriet, weemoed, geluk, wanhoop en de kracht van herinneringen. Zo lees je dat de jongen en zijn verdriet de meeste tijd doorbrengen in het gevoel dat weemoed heet. Vanuit dat gevoel houdt hij zichzelf voor dat geluk betekent dat je de mooie dingen die zijn voorgevallen veilig wegbergt. Alleen als hij dat denkt, voelt hij zich gelukkig. ‘En van alles was dat het meest treurige.’ Met zo’n paradox grijpt de verteller je naar de keel. Op andere momenten doet hij dat met een plastisch beeld, zoals bij de herinnering aan die ene keer dat het hoofdpersonage zijn vader zag huilen: ‘Achter de vader had ook de zoon gehuild, want het huilen van hun vader is voor kinderen het moment waarop de wereld uiteenspat.

Leuke weetjes

Andrea Bajani is een Italiaanse schrijver en journalist.

Wie meer wil weten over de houding van de auteur tegenover literatuur, kan het Interview lezen door Karlijn de Winter op 17 november 2015 naar aanleiding van zijn roman Wie houdt dan stand?
http://www.athenaeum.nl/leesfragmenten/archief/2011/andrea-bajani...

Hieronder volgen drie treffende citaten uit dat interview:
Literatuur kijkt verder terug en verder vooruit dan we gewend zijn. Als lezer geef je ook altijd iets van jezelf mee in het boek. Wanneer Anna Karenina onder een trein terechtkomt, doet dat verdriet. Het zijn jouw emoties die je in het boek legt. Op die manier kan een boek iets blijvends achterlaten.

Boeken moeten lezers aan het wankelen brengen. De lezers waar ik voor schrijf, willen deze uitdaging aangaan.

We leven in een tijd waarin weinig vragen worden gesteld. Je behoeftes worden al bevredigd voor je ze hebt kunnen uitspreken. Marketing geeft antwoord op vragen waarvan je nog niet eens wist dat je ze had. Literatuur doet precies het tegenovergestelde. Een roman roept vragen op, en wanneer je leest ga je je daarin verdiepen. Bovendien: gedurende de vier, vijf uren dat je een boek aan het lezen bent, kun je niets consumeren. Bevrediging komt niet van een externe prikkel, maar van wat er binnen in je gebeurt. Lezen activeert je geest en biedt op die manier een tegenwicht aan het consumentisme.