Zeven minuten na middernacht

Auteur:

Patrick Ness & Siobhan Dowd

Illustrator:

Jim Kay

Vertaler:

Manon Smits

Aantal pagina's: 215
Uitgever: De Geus
Jaar: 2013

Recensie

Sinds zijn moeder zwaar ziek is, wordt Conor gekweld door nachtmerries en boze dromen. Op een nacht dringt een levende taxusboom zijn kamer binnen. Hij praat met Conor en vertelt dwaze verhalen. Conor wil aan het monster ontsnappen, maar het lukt niet, net zoals het op school niet lukt om 'een gewone' jongen te zijn. Sinds Lily achteloos verteld heeft hoe ziek zijn moeder is, behandelt iedereen hem anders. Enkele jongens pesten hem, de juffen proberen hem te ontzien. Thuis doet Conor zijn best om het huishouden draaiende te houden. Hij wil niet dat zijn bazige oma komt logeren en alles naar haar hand zet. Maar hoe goed Conor zich ook inzet, het loopt toch fout. Het nieuwe medicijn werkt niet, mama moet opnieuw naar het ziekenhuis, oma komt logeren en zijn vader die hij al lang niet meer gezien heeft, komt uit Amerika op bezoek. Conor voelt dat de werkelijkheid hem ontglipt. Niemand luistert echt, niemand gelooft hem als hij zegt dat het nog goed komt. En telkens opnieuw - zeven minuten na middernacht - verschijnt dat vervelende monster met zijn vreemde valse verhalen die hij niet begrijpt of niet wil horen. Plots wordt het hem te veel: zijn boze gedachten en gevoelens nemen de leiding. Conor roept oma en de pesters een halt toe; hij zegt papa onverbloemd de waarheid. Het monster dwingt hem om ook zelf de waarheid onder ogen te zien. Conor moet de situatie aanvaarden en doen wat er moet gedaan worden. Gelukkig krijgt hij daarvoor nog de tijd.

Het verhaal beschrijft het verdriet en de onmacht van een jongen die afscheid moet nemen van zijn moeder. Omdat hij bang is voor de toekomst, weigert Conor lange tijd om de situatie onder ogen te zien. Als mama sterft zal immers niets nog zijn als vroeger. Hij is ook bang voor de complexe gevoelens in zijn hart. Soms lijkt het of hij mama niet graag genoeg ziet, soms wenst hij dat alles al voorbij was. Conor wil zichzelf zijn ook tijdens die moeilijke periode. Hij wil blijven meetellen op school en niet apart gezet worden.
Het taxusmonster confronteert hem met zichzelf. Lijkt het monster aanvankelijk een vijand, langzaam ontdekt de lezer dat het monster Conor wil helpen. De gekke verhalen over de koning, de heks en de prins, of over de alchemist en de predikant zijn herkenbaar. Ze verwijzen naar complexe situaties en naar chaotische gedachten en gevoelens die mensen overvallen. Niemand is alleen maar goed of slecht; in een mensenhoofd of -hart schuilen vaak tegenstrijdige gevoelens. Maar het monster leert Conor ook dat wat je doet het belangrijkste is. Zo geeft hij Conor dat duwtje in de rug om met zichzelf in het reine te komen, om niet weg te lopen en om te doen wat hij moet doen.

Het boek laat ook zien hoe fout en achteloos mensen soms met elkaar omgaan. Wie erg verdrietig is, heeft de onvoorwaardelijke steun van anderen nodig. Helaas het is zo moeilijk om dat te laten zien en niet weg te kruipen in je eigen wereldje. Anderen helpen en troosten is moeilijk, maar het is zeker even moeilijk om je te laten troosten. In dit boek wordt niet gefilosofeerd over leven na de dood; er zijn ook geen verwijzingen naar geloof, zoals in het ander werk van Siobhan Dowd. Dit is een boek over de diepste binnenwereld, over schuldgevoelens, angst en eenzaamheid. Het is een boek over trouw zijn en in het reine komen met jezelf en de anderen.

Zeven minuten na middernacht is ten slotte ook een boek over verhalen. Verhalen - zelfs sprookjes en fantasieverhalen - houden hun lezers een spiegel voor. Ze tonen op een eenvoudige manier de binnenkant van mensen en leren ons zo andere mensen beter te begrijpen. Uit de verhalen van het monster wordt duidelijk dat goede dingen tegelijkertijd fout kunnen zijn en wat eerst een moedige daad lijkt, blijkt achteraf een laffe keuze. Door verhalen leren we om in de schoenen van de ander te staan en meer begrip op te brengen. Als je dit boek dichtslaat, blijft je nog lang nadenken over Conor en misschien helpt zijn verhaal je om attent te zijn voor het verdriet van andere mensen.

Rita Ghesquiere

Leuke weetjes

Op de cover staan twee schrijversnamen. Siobhan Dowd is een Ierse jeugdauteur. Zij bedacht als eerste de plot van het verhaal, toen ze zelf ernstig ziek werd. Intussen is ze gestorven. Patrick Ness werkte op zijn manier het boek verder uit. Hij zag dit als een uitdaging en beschouwde zichzelf als een estafetteloper. Samen met Siobhan zou hij een fantastisch boek maken, een boek zoals zij het gewild zou hebben. Daar is hij ook echt in geslaagd.
Heel bijzonder zijn ook de tekeningen van Jim Kay. De grijs-zwarte tinten passen uitstekend bij de nachtelijke sfeer van het verhaal.