Nachtegaal

Auteur:

Sébastien Perez

Illustrator:

Benjamin Lacombe

Vertaler:

Vertaald en literair bewerkt door Piet De Loof

Aantal pagina's: 48
Uitgever: Abimo
Jaar: 2012

Recensie

Een lichtgele kaft – het soort geel dat de zon ’s ochtends door de wolken stuurt – met mysterieuze witte letters, die ‘nachtegaal’ schrijven. Eronder een rood mannetje met een vogel op zijn hand. Een mooie uitnodiging om het boek open te slaan.
Dan volgt er eerst een dubbele pagina majestueus behangpapier, zo tijdloos mooi dat zowel Louis XIV als je oma het op haar kamer had kunnen hebben. Op de twee pagina’s verder hetzelfde plaatje: behalve dan dat twee kinderhanden een stukje behangpapier losgescheurd hebben, zodat opnieuw het woordje ‘nachtegaal’ tevoorschijn komt.

Zo begint de beleving van het boek dat Sébastien Perez schreef (Piet de Loof vertaalde het treffend naar het Nederlands) en Benjamin Lacombe van sprekende tekeningen voorzag. De sfeer is geschept, de toon is gezet: mysterie is de rode draad.
Het verhaal vertelt hoe Meneer Jacques de kinderen op het zomerkamp begeleidt. Op een dag verstoren ze zijn ochtendwandeling als ze allemaal met stukjes behangpapier aangedraafd komen. De dwarrelende stukjes papier blijken een puzzel te zijn, de snippers vormen een blad waar een gedichtje opstaat.

Het gedicht gaat over stoere Hugo, die goed kan voetballen en waar alle meisjes verliefd op zijn. De spreekwoordelijke grote ogen van de aandachtig luisterende kinderen worden ook mooi in beeld gebracht. Ze horen hoe het gedicht ondertekend is door de anonieme ‘N.’ .
De kinderen gissen wie die mysterieuze schrijver kan zijn. Is het de lispelende Noor met de beugel? Neen toch, ze was de hele tijd bij de groep… De volgende pagina licht reeds een tipje van de sluier. Op een uitklapbare pagina ontdekken we achter het struikgewas hoe dichtbij die ‘N.’ wel is.

De kinderen gaan verder op zoek. Schele Frank, dikke Freek en al de andere kinderen trachten samen te vinden van waar die stukjes behangpapier afkomstig zijn, vanuit vogelperspectief getekend om de zoektocht nog beter uit te beelden. Meneer Jacques neemt ze al snel mee naar het strand.
Maar wie zit daar bovenop een duin naar de kinderen op het strand te kijken? Wie lijkt daar een nieuw gedicht te schrijven? De kleine ‘N.’ krijgt een gezicht terwijl hij een gedicht over Meneer Jacques aan het schrijven is. En één over Julie, één over Freek, en ten slotte over alle kinderen één.
De kinderen zijn tegelijkertijd vereerd, nieuwsgierig en toch een beetje ongerust: wie houdt hen toch zo in de gaten…

Tot op een dag een pijl naar het strand wijst. Op het strand aangekomen vindt de groep briefjes met aanwijzingen naar het theater. Het verlaten theater. Op hun tenen sluipen ze naar binnen, in stilte gaan ze zitten, met ingehouden adem. Een jongetje sluipt vanachter het rode gordijn. Niemand kent deze mysterieuze kleine jongen, maar toch heeft iedereen het gevoel dat hij bij hen hoort.

Hij heft een gedichtje aan:

Al die mensen om me heen
En toch voel ik me alleen

Niemand op het kamp kijkt me aan
Niemand ziet me zelfs maar staan

In mijn eentje verbijt ik de pijn
Van het onzichtbaar zijn

Ik schreef maar raak,
zelfs over Meneer Jacques,

alles wat ik over jullie weet.
Maar weten jullie wel hoe ik heet?

Ik zing voor jullie allemaal
Mijn naam is Nachtegaal.

Erna zingt hij nog een paar liedjes, tot groot jolijt van de andere kinderen. Op die manier toont de mysterieuze jongen dat iedereen – op zijn manier, met zijn talenten – een plaats in de groep heeft, ook al lijkt hij op het eerste gezicht wat anders dan de anderen. Een prachtig boek, zowel esthetisch als thematisch, dat het mysterie van uitsluiting helemaal blootlegt: het is voor niets nodig!

- Door Sebastian De Witte -

Leuke weetjes

Meer over het prachtige illustreerwerk van Benjamin Lacombe ontdek je op zijn webstek:
www.benjaminlacombe.com

Gerelateerd nieuws