Lepelsnijder

Auteur:

Marjolijn Hof

Illustrator:

Annette Fienig

Vertaler:
Aantal pagina's: 294
Uitgever: Querido
Jaar: 2018

Recensie

Janis woont samen met de oude Frid boven op een berg. Van de rest van de wereld kan hij zich nauwelijks iets voorstellen. Frid zorgt voor hem en beschermt hem tegen ‘de grote ziekte’, die ‘kan sluipen en klimmen, springen en hollen, kruipen en zwemmen’. Janis kan uit hout prachtige lepels snijden die Frid in de bewoonde wereld ruilt voor eten en andere dingen die ze nodig hebben. Op een keer blijft Frid zo lang weg dat Janis ongerust wordt. Zijn onrust neemt toe als hij bezoek krijgt van een zekere Schenkelman, die hem vertelt dat Frid niet terugkomt. Wanneer dat inderdaad het geval is, zit er voor Janis niets anders op dan de berg af te dalen, samen met zijn hond Luki en de ezel die Schenkelman achterliet. Het is het begin van een avontuurlijke tocht waarbij Janis niet alleen de bewoonde wereld, maar ook zijn afkomst ontdekt. De spanning wordt opgevoerd als blijkt dat er een bijzondere vloek op hem rust.
Uit haar vorige werk is al gebleken dat Marjolijn Hof op een onvergetelijke manier de gevoelswereld van haar personages kan typeren. Ook hier brengt ze haar hoofdpersonage op een indrukwekkende wijze tot leven, ook al zorgt de keuze voor de derde persoon voor meer afstand dan bij de ik-vertellers uit vroegere boeken. Je voelt als lezer bijna aan den lijve de angst van Janis als Schenkelman aanklopt en je leeft intenst mee met zijn naïeve liefde voor Frid, zeker wanneer je napt dat die hem zoet en bang hield met leugens. Zijn band met de ezel en vooral met zijn hond zullen veel lezers raken. En zijn vaardigheid als lepelsnijder maakt hem extra bijzonder. Die kunstige lepels kun je bewonderen in de linosnedes van Annette Fienig boven elk hoofdstuk.

Ook nevenpersonages komen sterk tot leven, zoals het herbergierskoppel meneer en mevrouw Trebs. Met een paar rake zinnen typeert Hof hun relatie wanneer meneer Trebs weer eens goede raad geeft: ‘Hij wilde nog meer zeggen, maar mevrouw Trebs viel hem in de rede. ‘Zo is het wel goed, lieve”.’ De naïviteit van Janis en zijn tweelingzus Silke wordt versterkt door het contrast met Ever en zijn oudere zus Jutta, die beiden gehard zijn door het leven op straat. Minder sterk uitgewerkt zijn de neven Koender en Asserik die Janis opnemen als een soort verloren zoon. Je hebt als lezer het raden naar hun precieze motieven, al geloof je met Silke wel dat ze duistere plannen hebben. Ze blijven echter te veel van papier om echt geloofwaardig te zijn.

Waar Marjolijn Hof ook sterk in is, is in het oproepen van ruimtes. De tocht door het onherbergzame gebergte, de stad met een verkoopster van ‘potten en praatjes’, een meisje dat kussens uitklopt en een schuurtje met de stank van een poepemmer, maar ook de voorraadkelder en de keuken van het kasteel Holderstate kun je zien en ruiken, waarbij de auteur haar taal kruidt met klank: ‘Een kruidige geur kringelde de keuken in.’

Het verhaal eindigt vrij bruusk en laat je als lezer daardoor met een onbevredigd gevoel achter. Is het wachten op deel 2 dat meer duidelijkheid moet brengen over de ware aard van de neven en andere leden van de familie Holderling?

Jan Van Coillie

Leuke weetjes

Voor Lepelsnijder vond Marjolijn Hof inspiratie in een schilderij dat ze zag in Berlijn: ‘Teich im Riesengebirge’, geschilderd door Ludwig Richter in 1839. Op het schilderij lopen een oude man, een jongen en een hond langs een meer in een steenvlakte. De vragen die het schilderij opriep, prikkelden haar verbeelding: Wie is die jongen? Waarom loopt hij daar? Waar komen ze vandaan en waar gaan ze naartoe?

Meer leren over dit onderwerp

Marjolijn Hof maakte vooral naam met Een kleine kans (2006), over Kiek, die bang is haar vader te verliezen als die als dokter naar oorlogsgebied gaat. Het boek won zowel een Gouden Uil als een Gouden Griffel en werd in 2011 verfilmd als Patatje Oorlog. Voor haar boek De regels van drie (2013) kreeg ze de Woutertje Pieterse Prijs.