Jij en ik en al het moois om ons heen

Auteur:

Riet Wille (samenstelling)

Illustrator:

Martijn Van Der Linden

Vertaler:
Recensie thema's: 
Leeftijd: 
Trefwoorden: 
Aantal pagina's: 112
Uitgever: Davidsfonds/Infodok
Jaar: 2018

Recensie

Wat een mooie titel voor een stijlvolle bloemlezing kinderpoëzie. Kinderdichter en logopediste Riet Wille verzamelde een kleine honderd gedichten over de natuur. Ze groepeerde ze thematisch in kleinere of grotere afdelingen rond bloemen, bomen en bos, zee, bergen, dieren (bijna de helft van de bundel), seizoenen en dag en nacht.

Wille kiest vooral voor eenvoudige, heldere gedichten die aansluiten bij haar eigen kinderpoëzie. Daarbij heeft ze een bijzondere voorkeur voor klankspel en ruimer spel met taal. Dat verklaart mee waarom Hans en Monique Hagen en Geert De Kockere met acht respectievelijk vijf gedichten het sterkst vertegenwoordigd zijn. Van haarzelf neemt Wille vier verzen en nog eens zeven raadsels op. Hier mocht ze wel wat selectiever geweest zijn en niet alleen hierin. Enkele versjes van Mies Bouhuys, Harriet Laurey en Hans Dorrestijn zijn gedateerd en behoren zeker niet tot hun beste werk. Dat laatste geldt ook voor ‘Dikkopjes’ van Jan Kal, een zeldzame zijsprong naar de poëzie voor volwassenen. Ik miste ook mooie natuurgedichten van dichters als Armand Van Assche, Kees Spiering of Diet Groothuis, om er maar enkele te noemen die ontbreken in de bundel.

Maar elke selectie is persoonlijk en de keuze die Riet Wille hier samenbracht bevat echt wel een schat aan sfeervolle, klankrijke en speelse kindergedichten van dichters als Edward van de Vendel, Annie M.G. Schmidt, Ted van Lieshout, Joke van Leeuwen, Fetze Pijlman, Remco Ekkers en vele anderen.

Het langwerpige, kleine formaat is opmerkelijk voor een bloemlezing. De vormgeving is verzorgd, met een stevige kaft en leeslint. Wel jammer is dat er soms drie gedichten op een pagina gepropt staan, waardoor ze te weinig tot hun recht komen. Ik miste ook alfabetische lijsten op auteur en titel. Dat wordt echter ruimschoots goedgemaakt door de wondermooie illustraties van Martijn van der Linden die al meermaals liet zien dat hij een meester is in het typeren van dieren en al het moois om hen heen. De tijger op de fiets, de poes in het roeibootje, de snoek met bolhoed, de krokodil met boek in een hangmat, ze zuigen je aandacht meteen naar zich toe en blijven bij. Prachtig is ook de slotreeks als een soort strip over twee flamingo’s van de ochtend tot de nacht. Ze laat je wegdromen en ook terugbladeren, wat precies de bedoeling is van een bloemlezing.

Jan Van Coillie