De bril van wolf

Auteur:

Sylvia vanden Heede

Illustrator:

Marije Tolman

Vertaler:
Aantal pagina's: 32
Uitgever: Lannoo
Jaar: 2015

Recensie

Hond en Wolf, twee boekenkinderen van Sylvia vanden Heede. Hopelijk zijn ze intussen even dierbaar als Vos en Haas, want dat verdienen ze dubbel en dik. Sylvia vanden Heede slaagt er telkens weer in om haar personages een eigen persoonlijkheid te geven, waardoor ze snel vertrouwd worden. Ze combineert expliciete typeringen met de kracht van suggestie. Dat is een hele kunsttoer met enkel eenlettergrepige woorden. Nu eens wordt Wolf ‘sip’ en dan weer ‘woest’ genoemd, maar vaak moet je als lezer zelf afleiden hoe hij zich voelt: jaloers, gefrustreerd of geniepig. In elk geval verschilt hij duidelijk van Hond, ook al zijn ze familie. Hond is lief, tam en trouw; wolf sluw, wild en onberekenbaar. In dit verhaal wordt vooral hun verschil in kennis in de verf gezet: wolf weet veel minder dan Hond. Is Wolf dan dom? “Dat valt wel mee”, stelt de verteller, “Maar Wolf leest nooit. Hond leest wel. Wie leest leert.”
Van bij het begin krijgt de lezer de kernboodschap van het boek mee: “Wie leest leert”, mooi is dat in een boek voor beginnende lezers. Overigens was dit verschil tussen Wolf en Hond al in het eerste boek over dit duo duidelijk. Ook daar zei Wolf tegen Hond: “Wat weet jij een boel”, waarop Hond verklapt dat hij zijn kennis haalt uit het boek van zijn baasje.

Wolf kan niet lezen en verzint een reden om dit niet te moeten toegeven: hij heeft zijn bril niet bij. Even later komt hij terug met een bril en brutaal als hij is, eist hij het boek van Hond. Zijn bril is er echter een ‘voor in de zon’ en die helpt niet om te lezen. Wolf geeft niet op en haalt telkens opnieuw een andere bril. Dit zorgt voor heel wat voorpret bij de kijker omdat die telkens al kan zien dat de bril niet goed is om te lezen, voor Hond dat zegt. Dat Wolf niet zo dom is, blijkt wanneer hij Hond fopt door zich te verkleden als zijn baasje, met een carnavalsneus, bril en snor. Hond is zo boos dat hij zegt dat Wolf beter een wc-bril kan nemen, en daarbij zingt hij een pesterig rijmpje: “Wolf zit met een bril op de plee./ Zo leert hij het A B WC!” Daarop begint Wolf te huilen en daar schrikt Hond toch van.
Wolf eist dat Hond hem het abc leert. Dat doet hond, met een resem hulpmiddeltjes zoals: ‘De S is net een slang. En de slang zegt S. Ze sist. En dat is ook met een S.” Het helpt echter niet. s, Uiteindelijk sluiten ze een deal: Hond zal voorlezen als Wolf klusjes voor hem opknapt. Daarbij komt zijn werkbril toch nog van pas. Na het sprankelende verhaal valt het stereotiepe slot wat tegen: als je niet kunt lezen, kun je nog altijd klussen. Niet fijn voor onze klusjesman of -vrouw.
Roept het slot gemengde gevoelens op, dan compenseert de rest van het verhaal dit ruimschoots. Knap hoe Vanden Heede subtiel gevoelens weet op te roepen, en te spelen met letters, woorden en klanken. Wolf snapt “geen biet van een boek”. De auteur speelt ook met spreuken en idiomen als “wie zoekt die vindt”, “ergens de pest in hebben” of “de pot op met..”. Zo verrijkt ze op een speelse manier de taal van de jonge lezers, al zullen volwassen begeleiders hier wellicht wat uitleg moeten geven. De rijmpjes zorgen voor een leuk extraatje. Al kan Wolf dan niet lezen, hij is wel dol op rijm.
De illustraties van Marije Tolman zijn een feest voor het oog. Ze beeldt treffend de verschillende persoonlijkheden van Hond en Wolf uit in haar composities en kleurgebruik. Het gezellige witoranje huisje van Hond contrasteert met het zwarte krocht van Wolf, boven op een heuvel bezaaid met botten en schedels. Vaak roepen de kleuren contrasterende gevoelens op, bijvoorbeeld het roze van Honds boekenkamer tegenover het koele blauw wanneer Wolf een boek leest op een dinoschedel.
De illustraties steken ook vol grappige en spannende details. Overal kun je letters en cijfers ontdekken: in bomen en heggen, op wanden, tapijten en schilderijen. Wanneer Hond Wolf plaagt met de wc-bril, vormen wc-rollen de letters wc op de grond en rolt een gemene kat een muisje in een rol toiletpapier. Even verder kijkt de kat verlekkerd toe terwijl een klas muisjes samen met Wolf les volgt. Tolman nodigt uit om aandachtig te kijken, te ontdekken en opnieuw te kijken. Tot op de schutbladen vertellen de tekeningen een eigen verhaal dat de tekst aanvult: Wolf en Hond staan er op een stelling voor een groot zwart bord: Hond schrijft en Wolf zet stempels met de bordenwisser.

De bril van Wolf biedt topklasse voor kinderen die leren lezen. Het is een boek dat je het plezier van het lezen laat ontdekken dankzij het slimme samenspel van woord en beeld, even hecht en spannend als de band tussen Wolf en Hond.

Jan Van Coillie

Leuke weetjes

De bril van Wolf is al het zesde boek over Hond en Wolf. Ken je ook de andere?
- Wolf en Hond op de maan, 2015
- Hond weet alles en Wolf niets, 2014
- Het woeste boek van Wolf en Hond, 2013 (bundel van de eerste drie verhalen)
- Hond bijt Wolf, 2012
- Wolf, Hond en Kat, 2010

- Wolf en Hond, 2009

Sylvia vanden Heede maakte vooral naam met haar boeken over Vos en Haas, ook bedoeld voor beginnende lezers, met illustraties van Thé Tjong-Khing.

Marije Tolman kende haar grote doorbraak met het woordeloze prentenboek De boomhut (2009), bekroond met een Gouden Penseel. Intussen is ze een gerenommeerd illustratrice, ook in het buitenland. Zo won ze de fel begeerde Ragazzi Award op de internationale kinderboekenbeurs in Bologna. Wil je meer weten over auteur en illustrator, neem dan een kijkje op volgende sites:
http://www.lannoo.be/sylvia-vanden-heede
http://marijetolman.nl/

Doe-opdrachten

Laat je door het boek inspireren om met de kinderen een letterbomenbos te maken. Je kunt collages maken van uitgeknipte letters en bomen, je kunt bomen tekenen en er letterbomen van maken door er kleefletters aan te bevestigen of je kunt vertrekken van letters en er gekke bomen van maken door er takken en blaadjes aan te tekenen.
Met letters en cijfers bestaan veel spelletjes. Aansluitend bij de ezelsbruggetjes van Hond kun je de kinderen dieren laten zoeken die beginnen met de letters van het alfabet. Vertrekkend van letters en cijfers kun je ook dieren tekenen, de S wordt een slang, de B een beer met dikke buik, de 2 een zwaan enzovoort. Inspiratie vind je in het boek Van Ansjovis tot Zwijntje van Ted van Lieshout en Sieb Posthuma, Leopold, 2006.