Brown girl magic

Auteur:

Dalila Hermans

Illustrator:

Fatinha Ramos

Vertaler:
Recensie thema's: 
Leeftijd: 
Trefwoorden: 
Aantal pagina's: 32
Uitgever: Davidsfonds/Infodok
Jaar: 2018

Recensie

Noen staat tussen ochtend en avond, Maan tussen zon en sterren. Zo staan de zussen Noen en Maan centraal in het eerste kinderboek van Dalila Hermans. Wanneer Noen op een dag boos en verdrietig van school komt omdat iemand haar uitlachte met haar donkere huid en wilde krullen, is het Maan die haar echt kan troosten. Eerst was ze bij haar juf geweest, die boos werd, bij Laca met haar rode haar en bril die ook gepest werd, bij mama die huilend terugdenkt aan haar eigen kindertijd en bij papa die superkwaad is. Maan is de enige die haar echt bevestigt: ze is prachtig zoals ze is en daar mag ze best trots op zijn. De verteller besluit: ‘Maan had gelijk, zij had het door:/ Bruine meisjes magie bestaat echt hoor!’

Natuurlijk heeft Maan gelijk: bruine meisjes zijn fantastisch, even fantastisch als witte of rode of gele. Dalila Hermans geeft de boodschap bij monde van Maan overduidelijk mee en dat mag best. Bruine meisjes (en jongens) in een witte maatschappij hebben het vaak niet gemakkelijk, ook bij Noen slaat de twijfel toe: Wat pestkop Teejo tegen haar zei, maakte haar droevig, ‘maar hij had toch gewoon gelijk?/ Ons haar is raar, en we passen hier toch niet, eigenlijk?’ Het is goed gezien van Hermans om precies op dat moment Maan haar boodschap te laten meegeven, dat maakt die krachtiger.

Het is bovendien een boodschap met een gouden randje, dat komt vooral door de vormgeving. Op de voorkant en in de laatste illustraties zijn sterren in goudverf gedrukt. Op het eind strooit Noen die over de wereld uit, als symbool voor haar ‘bruine meisjes magie’. De illustraties van Fatinha Ramos vallen verder vooral op door de warme kleuren en de wervelende composities. Ze beeldt niet zomaar situaties uit maar wel gevoelens: Noen die verdrietig omlaag kijkt achter een beregend raam, haar huilende moeder die neerknielt (maar wel in een schitterende blauwe jurk) of Noen die schommelend de lucht in zwiert met sterren uit haar haren wanneer haar zus haar de hemel in prijst.

De intensiteit van de boodschap (in twee talen: Engels en Nederlands) en de karaktervolle illustraties maken het boek de moeite waard. Alleen jammer dat de auteur koos voor een berijmde vorm. Vooral in het Nederlands klinkt die vaak erg gekunsteld door rijmdwang: ‘zei ze op hun bed heel zacht en zoet./ ‘Dat er iets vanbinnen wringt dat je mij vertellen moet.’ . Het meeste stoort dat in de gevoelige dialogen, die daardoor heel onnatuurlijk klinken: ‘Maantje, ik weet het eigenlijk niet precies,/ maar op school zei Teejo: “Jij bent lelijk, dom en vies/ je haar is wild en stom en raar./ je huid is donker. ’t Is toch waar./ jij hoort hier niet thuis./ Dit is niet jouw land, ga maar snel naar huis.’ De zonder twijfel bijzonder waardevolle boodschap had veel sterker geklonken in beeldrijk proza.

Jan Van Coillie