Amira. De prinses komt thuis

Auteur:

Bart Van Nuffelen

Illustrator:

Kristina Ruell

Vertaler:
Recensie thema's: 
Leeftijd: 
Trefwoorden: 
Aantal pagina's: 40
Uitgever: De Eenhoorn
Jaar: 2017

Recensie

Nee, dit is geen sprookje, ook al noemt haar papa Amira een prinses. Het verhaal begint niet met ‘Er was eens’, maar met ‘De reis was lang en zwaar’. En het eindigt niet met ‘Ze leefden nog lang en gelukkig’, al houdt het slot wel de belofte van geluk in. Mama stopt Amira warmpjes onder en fluistert: ‘Sst, prinsesje, slaap nu zacht. Morgen stap je weer de wereld in.’
Het verhaal van Amira wordt minstens evenveel in de illustraties verteld als in de tekst. Op de schutbladen bij het begin vaart ze op een vogelhuisje in een bootje van een dollarbiljet onder donkere wolken, haar lange zwarte haren wapperend achter haar aan. De prent bij het eerste tekstfragment is nog indrukwekkender: de haren lijken op een reusachtige, dreigende wolk waaruit bommenwerpers duiken. De zee is wild, het land een collage van stukken landkaart, waarop je onder meer Iran en Ethiopië kunt herkennen. De tekst is bondig, precies en goed geschikt over de regels zodat die de juiste spanning en emotie oproept.
Ook verder hanteert de illustratrice met verve de collagetechniek. Op de volgende illustratie bijvoorbeeld wordt Amira bij haar haren door vogels uit het bootje van papier getild, boven een stad waarvan de wolkenkrabbers gemaakt zijn uit tickets, blaadjes met letters of cijfers en stukje landkaart. Verder volgt er een nog krachtiger beeld van de stad, waarin van alles te ontdekken valt.
Amira gaat als een prinses vol goede moed naar school, maar als ze onderweg een sappige peer pikt, achtervolgt de verkoper haar. Als ze valt, raapt niemand haar op. De auteur verwoordt het gevoel van vervreemding hier sterk: ‘Raar, nieuw land, waar ik mezelf opraap van de grond, waar de bladeren letters schrijven in de lucht, waar de tram zonder de prinses vertrekt’. Ze stelt zichzelf vragen, die de lezers aan het denken kunnen zetten: ‘Waarom hebben de vogels geen kleur?’ Als ze de school ziet, wil ze er eerst niet naar toe, maar dan troont een vriendelijke juf haar naar binnen en ook de kinderen onthalen haar vorstelijk. Deze ommekeer verloopt wel erg vlotjes. Hier mist de auteur de kans om Amira’s gevoelens verder uit te diepen of intenser te verwoorden. De illustraties vangen dat voor een deel wel op: het grijs en zwart van de school en het gekozen standpunt roepen het gevoel van angst en verloren zijn wel overtuigend op.
Op weg terug naar huis kijken de mensen dit keer wel vriendelijk en krijgt Amira een plaatsje aangeboden. Thuis wil ze meteen vertellen over het fantastische onthaal. Dat maakt van dit boek vooral een hoopvol verhaal. Jammer dat de realiteit vaak anders is…

Meer leren over dit onderwerp

Meer prentenboeken over vluchtelingen:
Michael de Cock en Trui Schellens, Morgen is een ander land. Querido, 2016.
Pimm van Hest en Aran Dijkstra, Op de vlucht, Clavis, 2017.
Mylo Freeman, Een plek voor welpje, De Eenhoorn, 2017.