Als de sterren zingen

Auteur:

Tonke Dragt

Illustrator:

Tonke Dragt

Vertaler:
Aantal pagina's: 427
Uitgever: Leopold
Jaar: 2017

Recensie

Dit is een met veel zorg uitgegeven verzamelbundel van verhalen én illustraties van dubbelkunstenaar Tonke Dragt. De meeste verhalen werden al eerder gepubliceerd tussen 1956 en 2005. Op de vier schutbladen van het boek heeft Dragt een in Engeland zeer bekend gedicht uit de riddertijd kort naverteld en ‘versierd met prentjes in middeleeuwse stijl’.
De rangschikking van de verhalen en de illustraties gebeurt niet chronologisch, maar in vijf genres: Sprookjes en Vertellingen, Sagen, Mysteries & Avontuur, Raadselverhalen, Toekomstverhalen en Sciencefiction en Nachtverhalen.
In ‘Enkele woorden vooraf’ beschrijft Tonke Dragt deze keuze als volgt: ‘…er is over nagedacht. Zo kwam het deel Sprookjes en Vertellingen als vanzelf voorin dit boek; veel van de verhalen waarmee ik begon zijn sprookjesachtig. Door naar thema in te delen bleek het ontstaan in de tijd ook van belang te zijn. En het leek me aardig om dit boek te laten beginnen met een der verhalen waar ik als schrijfster mee begon.
Die vijf genres getuigen van de veelzijdigheid van Dragt. Van sprookjes en sagen tot sciencefiction en toekomstverhalen, telkens voert ze je mee naar een andere mysterieuze wereld waar personages te maken krijgen met onvoorziene of misleidende opdrachten en waar fantasie en werkelijkheid door elkaar lopen.
Op geel gekleurde bladzijden richt Dragt zich rechtstreeks tot de lezer en beschrijft ze het ontstaan en de inspiratiebronnen voor een aantal verhalen. Zo krijg je als lezer onrechtstreeks een beeld van wat de thans 87-jarige auteur als kind en jong meisje boeide ( het openingsverhaal ‘Twee rode tulpen’) en hoe ze in haar verhalen indrukken uit haar jeugd in het verre Oosten verwerkte, zoals in ‘Als de sterren zingen ‘, het titelverhaal dat ze al op haar zeventiende schreef .

Ook de illustraties getuigen van het meesterschap en de veelzijdigheid van Tonke Dragt. Bij de verhalen koos ze zowel sfeervolle zwart-wit tekeningen als bont gekleurde collages en schilderijen, zoals de over twee pagina’s lopende prent bij ‘De sterren zingen’. De vele illustraties geven een mooi overzicht van 50 jaar creativiteit.

Wat maakt dit boek bijzonder? In de periode dat ik dit boek las, stonden de media vol met bijdragen over de slechte resultaten die Vlaamse kinderen behaalden op internationale tests begrijpend lezen. Allerlei voorstellen haalden de pers. Onze minister van onderwijs bezocht zelfs een Nederlandse school waar de kinderen spectaculaire vorderingen maakten in ‘begrijpend ‘ lezen.
Een goede tekstkeuze die kinderen motiveert én een doordachte didactische aanpak die interactie uitlokt met elkaar en met de leerkracht vormen volgens mij de sleutel tot succes.
Tijdens het lezen van Als de sterren zingen bedacht ik dat verhalen uit dit boek schitterende leesstof bieden voor een dergelijke aanpak. Neem nu het raadselverhaal ‘Een visum voor bureaucratie’ , waarin Dragt de lezer rechtstreeks uitdaagt met een ‘Gebruiksaanwijzing’ om de juiste antwoorden op de vragen in het verhaal te bedenken. ‘ Iedereen moet zich, hoe dan ook, houden aan de spelregel: elke vraag beantwoorden zodra je die tegenkomt en dan pas het verhaal vervolgen.’
Ook het verhaal ‘Op zoek naar de gordel van Isis’ zal kinderen uitnodigen om zich echt te verdiepen in een tekst.
Dat enkele verhalen werden overgenomen uit haar bekende boeken zoals ‘Ogen van tijgers ‘ ( Route Z) en ‘Verhalen van de tweelingbroers’ ( Het geheim van de verdwenen zakken meel ), kan jonge lezers van nu op weg zetten om deze parels van de Nederlandse jeugdliteratuur te lezen.
Niet verwonderlijk dus dat enkele verhalen uit de bundel voor het eerst verschenen in 'De Trapeze', een schitterende reeks oorspronkelijke verhalen en gedichten voor de basisschool.
De mogelijkheden van Als de sterren zingen voor gebruik in de klas reiken trouwens verder dan ‘begrijpend lezen’. Wie verhalen uit het boek in de vijfde en zesde klas van de basisschool aanbiedt, werkt aan de literaire competentie van kinderen. In dit boek maken ze immers kennis met heel verschillende genres. Omdat Dragt telkens veel aandacht besteedt aan de psychologische uitdieping van haar personages, kunnen jonge lezers zich vragen stellen over het handelen en het denken van de personages. Via gesprekken kan men samen op zoek gaan naar de betekenis en de waarde die een tekst voor hen heeft of kunnen jonge lezers zelf een einde of een andere wending voor het verhaal bedenken. Zelf schrijft Dragt hierover: ‘Er zijn verhalen die eigenlijk nooit af zijn; ze tonen onvoorziene mogelijkheden, ze laten je nieuwe wegen zien om in te slaan, al heb je soms geen tijd of zin om ze te verkennen. Zo groeien die verhalen tot andere verhalen, soms zelfs tot een boek of boeken. En dan willen ze soms nog niet voltooid zijn, al schrijf je er ‘Einde’ onder. Dat kan dus alleen een open einde zijn.’
Kortom, door verhalen uit dit boek (in de klas) te lezen worden de fundamenten gelegd voor de literaire competentie waarop het voortgezet onderwijs verder kan/moet bouwen.

Anita Wuestenberg

Leuke weetjes

De Nederlandse reeks 'De Trapeze', bestond uit tien delen. Ze bevatte niet alleen handleidingen maar vooral prachtige teksten van bekende auteurs zoals zoals Annie M.G.Schmidt, Bert Bouman, Miep Diekmann en Tonke Dragt.

Meer leren over dit onderwerp

Op de website van Leopold vind je de titels van alle boeken die thans nog in de handel te verkrijgen zijn. Ik vond er ook informatie over Tonke Dragt:
‘Tonke Dragt werd op 12 november 1930 geboren in Batavia (thans Jakarta, de hoofdstad van Indonesië), waar ze een gelukkige jeugd beleefde. Deze mooie tijd kwam tot een einde toen Japan het land, dat toen nog Nederlands Indië heette, in 1942 bezette. De hele familie Dragt werd net als alle andere Nederlanders in een kamp opgesloten. Toch heeft ze daar niet alleen maar slechte herinneringen aan. In het kamp was er te weinig van alles. Er waren ook te weinig boeken. Dragt ging daarom samen met een vriendinnetje boeken maken. Dat er ook te weinig papier was hield ze niet tegen. Ze schreven op alles wat ze konden vinden: op vreemde stukjes papier, oude blaadjes en zelfs op wc-papier.
Na de oorlog verhuisde de familie Dragt naar Nederland. Hier behaalde Tonke haar diploma H.B.S.-B en volgde ze een opleiding aan de Academie voor de Beeldende Kunsten in Den Haag, waarna ze tekenlerares werd op een middelbare school in Rijswijk. Omdat ze moeite had met orde houden vertelde ze haar leerlingen verhalen. Zo kreeg ze de leerlingen stil en verduidelijkte ze haar opdrachten.
Al snel werden deze verhalen gepubliceerd in het kinderblad Kris Kras. In 1961 verscheen haar eerste boek, Verhalen van de tweelingbroers. Het jaar daarop verscheen De brief voor de koning, dat in 1963 tot kinderboek van het jaar werd uitgeroepen.
In 1971 kreeg Tonke Dragt voor Torenhoog en mijlenbreed de Nienke van Hichtum prijs. En in 1990 kreeg ze voor Het geheim van de klokkenmaker een Vlag en Wimpel.
In 2004 werd De brief voor de koning bekroond met de Griffel der Griffels.
De brief voor de koning en het vervolg, Geheimen van het Wilde Woud, zijn na bijna veertig jaar nog steeds Dragts best verkopende boeken.
De boeken van Tonke zijn vertaald in Duitsland (daar is het al jaren een bestseller en werd de film ook bekroond), Japan, Italië, Frankrijk, Spanje (ook daar is Tonke een bestseller geworden), Portugal – Brazilië, Indonesië, Catalaans, Denemarken, Tsjechië, Korea, Griekenland. En nu ook, eindelijk, in Engeland.’
Bron: https://www.leopold.nl/auteur/tonke-dragt/

Doe-opdrachten

Enkele verhalen werden overgenomen uit haar bekende boeken zoals Ogen van tijgers (Route Z) en Verhalen van de tweelingbroers ( Het geheim van de verdwenen zakken meel), kan jonge lezers van nu op weg zetten om deze parels van de Nederlandse jeugdliteratuur te lezen.