Dierenverhalen: een ras apart?

Auteur: Jasmien Aerts
Aantal pagina's: 12
Jaar: 2010

Korte inhoud:

“Het woord genre is afkomstig van het Frans en het Latijn en betekent ‘soort’, ‘type’. Al van bij het ontstaan
van literatuur heeft men soorten literatuur van elkaar onderscheiden en benoemd. Nochtans blijkt de definitie van genre geen sinecure.”

Met deze woorden begint professor Masschelein haar cursus Algemene Literatuurwetenschap.
Literatuur in genres indelen blijkt dus niet zo eenvoudig. Bij kinderliteratuur is de chaos echter
nog groter dan bij volwassenenliteratuur. Bij het uitkiezen van mijn acht kinderboeken heb ik me
gebaseerd op het voorkomen van een opvallend gemeenschappelijk kenmerk. Ik koos namelijk
voor acht boeken die de avonturen van dieren vertellen, ervan overtuigd dat deze boeken grote
samenhang zouden vertonen. Zo simpel was het echter niet. De boeken hadden natuurlijk wel
enkele gemene delers, maar hadden ze wel genoeg vergelijkbare eigenschappen om echt van een
aparte soort of een apart genre te spreken? In boeken over jeugdliteratuur worden alle verhalen
met dieren in de hoofdrol onder eenzelfde titeltje en in eenzelfde hoofdstuk behandeld, maar is
dit wel terecht? Hebben de verschillende verhalen met dieren wel voldoende gelijkenissen om op
een vergelijkbare manier te worden bestudeerd? Zo kwam ik bij mijn onderzoeksvraag: Hebben
verhalen met dieren in de hoofdrol wel voldoende gemeenschappelijke kenmerken om hen onder
eenzelfde noemer, namelijk het inhoudelijke genre dierenverhalen, in te delen?

Tijdens mijn onderzoek stuitte ik op veel verschillende meningen. In de boeken Uitgelezen
jeugdliteratuur, ontmoetingen tussen traditie en vernieuwing
van Joosen en Vloeberghs en Leesbeesten en
Boekenfeesten, Hoe werken (met) kinder- en jeugdboeken?
van auteur Jan van Coillie wordt aan
dierenverhalen een apart hoofdstuk gewijd. Verhalen met dieren in de hoofdrol worden hier dus
onder eenzelfde titel behandeld, waaruit ik concludeer dat ze door deze auteurs beschouwd
worden als een volwaardig apart genre. In het handboek Jeugdliteratuur in perspectief van professor
Rita Ghesquiere worden dierenverhalen slechts kort besproken als een subgenre van de
fantasieverhalen.

In het eerste deel van mijn artikel zal ik een theoretisch kader schetsen. Ik zal me baseren op de
twee boeken die dierenverhalen als een volwaardig (inhoudelijk) genre beschouwen. Aan de hand
van deze werken zal ik een opsomming maken van de typische kenmerken die aan dierenverhalen
worden toegekend. In een tweede deel zal ik onderzoeken of die kenmerken ook in de door mij
gekozen dierenverhalen zijn terug te vinden. Mijn onderzoek situeert zich in Jeugdliteratuur in
Perspectief
binnen het onderdeel ‘Boodschap’ en gaat nader in op de typologie van jeugdromans,
die zich vaak als niet-eenduidig opstelt.